Cuadrilla Resources

Vergunningen

Voor het uitvoeren van proefboringen zijn vergunningen vereist.

Opsporingsvergunning

In oktober 2009 verkreeg Cuadrilla Resources een opsporingsvergunning voor concessiegebieden in Brabant en de Noordoostpolder.

Bouwvergunning

Voor de aanleg van een proefboorlocatie verleende de gemeente Boxtel ons eind september 2010 een bouwvergunning en een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan. Op 25 oktober 2011 oordeelde  de rechtbank van ’s-Hertogenbosch dat Boxtel deze tijdelijke ontheffing ten onrechte aan Cuadrilla Resources had verleend. Daarop trok Cuadrilla Resources de aanvraag in.

We zijn ervan overtuigd dat het College van Boxtel op grond van de inzichten ten tijde van de indiening van de aanvraag om ontheffing te verlenen, de juiste procedure heeft gevolgd en naar eer en weten heeft gehandeld. De gevolgde procedure verschilde niet met de manier waarop partijen in andere gemeenten een ontheffing voor dit type activiteiten werd verleend.

Wij wachten nu de resultaten af van het onafhankelijk onderzoek van het ministerie van Economische Zaken naar de mogelijke risico’s en gevolgen van het boren naar schaliegas. Afhankelijk van de conclusies nemen we een besluit over het indienen van een nieuwe aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning om proefboorlocaties te mogen bouwen.

Status politieke besluitvorming

De overheid hecht belang aan de veiligheid en zorgvuldigheid bij de opsporing en eventuele winning van schalie- en steenkoolgas. Het ministerie van Economische Zaken liet om die reden een onafhankelijk onderzoek uitvoeren door het ingenieursbureau Witteveen+Bos. Het rapport werd in augustus 2013 naar de Tweede Kamer gezonden. Bovendien legde minister Henk Kamp het Witteveen+Bos rapport voor advies voor aan de Commissie m.e.r (milieueffectrapportage). De commissie stelde de minister voor om voorafgaand aan de besluitvorming over een eventuele proefboring naar schaliegas, een structuurvisie/plan-MER op te stellen. Dit advies is door de minister overgenomen.

In een brief aan de Tweede Kamer geeft hij daar de volgende uitleg bij:

“Noch het onderzoek van Witteveen+Bos, noch een locatiespecifieke MER geeft antwoord op de vraag wat de meest geschikte locaties in Nederland zijn voor de opsporing en eventuele winning van schaliegas. Door vooraf op basis van een uitvoerige studie in kaart te brengen welke locaties op  nationaal niveau potentieel geschikt zijn, kan de rijksoverheid meer sturing geven aan de ruimtelijke ontwikkeling dan in de huidige situatie, waarin in eerste instantie de initiatiefnemer de locatie bepaalt en de overheid achteraf beoordeelt of die locatie aanvaardbaar is. Ik vind dat voor schaliegas een onwenselijke situatie en zal daar verandering in aanbrengen.

Ik zal opdracht geven om een structuurvisie/plan-MER op te laten stellen. Hierin wordt onderzocht welke locaties in het land het meest geëigend zijn voor eventuele proefboringen. Op die manier kan ik mij daar een oordeel over vormen en komen vervolgens alleen locaties in beeld waarvan vooraf bekend is dat daar de eventuele winning van schaliegas het meest kansrijk is en waar de gevolgen voor natuur, mens en milieu het beste kunnen worden geborgd.

Pas nadat de structuurvisie/plan-MER mij dit beeld heeft gegeven zal ik weer aanvragen voor opsporingsvergunningen in behandeling nemen. Voor de gebieden waarvoor reeds een opsporingsvergunning is verleend, zal met de initiatiefnemers worden afgesproken dat er geen stappen worden gezet alvorens de structuurvisie/plan-MER meer inzicht heeft gegeven in de meest geëigende locaties voor een proefboring. Er zullen dus geen proefboringen naar schaliegas worden uitgevoerd gedurende de tijd die benodigd is voor het opstellen van de structuurvisie/plan-MER.”